De ontmaskering van het absolute

‘Wie zichzelf opnieuw uitvindt, moet zijn oude ik tot de bodem toe afbreken,’ stelt Jeroen Vullings in een artikel over Grunbergs alter ego, Marek van der Jagt. Er bestaat onder academici en critici consensus over een verandering in het schrijverschap van Grunberg vanaf De Asielzoeker, oftewel na deze heruitvinding. Ook de schrijver zelf alludeert in interviews op het bestaan van een ‘vroege’ en ‘late’ Grunberg. Nu is Grunberg een auteur die zijn literatuuropvatting niet bepaald onder stoelen of banken steekt: in essays, interviews en zijn blog bijvoorbeeld bespiegelt Grunberg regelmatig expliciet over de aard en functie van literatuur. De vraag dringt zich op of Grunbergs poëticale uitspraken ook blijk geven van een verandering. Door Bart Geurden

Grunberg vs. A. F. Th.

De uitreiking van de AKO literatuurprijs werd in 2007 overschaduwd door een incident tussen twee genomineerden: Arnon Grunberg en A. F. Th. van der Heijden. Dit ging zover dat ze niet bij elkaar aan tafel wilden zitten tijdens de uitreiking. Kan dit een polemiek genoemd worden of was er sprake van een literair straatgevecht? Door Marleen de Jong

Grunberg de overlevingsstrateeg

Overleven vereist: aanpassen, conformeren, manipuleren en je laten manipuleren. Geen mens kan zich aan dit mechanisme onttrekken. Wie dit wel probeert en zich weigert te laten bespelen, reduceert zijn overlevingskansen. Voor velen onder ons blijft dit onopgemerkt, maar voor Arnon Grunberg niet. Hij signaleert als geen ander dat men zich dient te conformeren aan de geldende gedragscodes in zijn omgeving om te voorkomen als ‘abnormaal’ gelabeld te worden, of nog erger: van het leven beroofd te worden. Middels zijn romans, zoals De man zonder ziekte, laat hij zien hoe het weigeren af te zetten van humanistisch getinte oogkleppen fatale gevolgen kan hebben. Door Maura Bless

De schrijver met de hamer

Een constante factor in de romankunst is de ontmaskering van de mens, merkt Marek van der Jagt, alias Arnon Grunberg, op in Ik ga van hand tot hand. Dat doet zij ‘met een woede en agressie die onmogelijk kunnen zijn voortgekomen uit een diepe behoefte de wereld te omarmen.’ De vraag naar het goede houdt filosofen al eeuwen bezig, maar Grunberg neemt een ander standpunt in. Het is het kwaad dat centraal staat in zijn werk. In navolging van Nietzsche maakt Grunberg het hele morele systeem van christelijke West-Europese zeden met de grond gelijk. Dat systeem is gebaseerd op de leugen en laat zijn gezicht op vele manieren zien. Door Tom de Klerk

Mensendokter Arnon versus Dr. Phil

Een relatie begonnen in overspel heeft geen kans van slagen, meent Dr. Phil. Mensendokter Arnon Grunberg raadt een lezeres aan om haar neiging tot vreemdgaan economisch te bekijken: ‘hoe groot zijn de kansen dat uw man erachter komt en welke straf zou hij u opleggen?’. Ze doen hetzelfde: uit­komst bieden voor de mens met zijn dagelijkse sores, maar vergeleken met Dr. Phil draagt Grun­berg toch wat onconventionele oplossin­gen aan. Zijn adviezen komen vaak bevreem­dend voor. Soms zelf immoreel. In de inleiding van De mensen­dokter, een bundeling van de vaste rubriek ‘Grunberg helpt’ in Vrij Nederland, waarin Arnon Grunberg ant­woord geeft op psychische, prakti­sche of morele vragen die zijn lezers hem voorleggen, wordt dan ook opge­merkt dat hij de draak steekt met het zelfhulpgenre. Een parodie? Zo eenvoudig ligt het niet. Door Niels Kleiss

Arrogant charmant

Schrijver, columnist, essayist, toneelschrijver, dichter, uitgever, filmcriticus, hersenactiviteitsproefkonijn en auteur van het telefoonboek? Grunberg wordt als een apart persoon beschouwd, zowel positief als negatief. Hij werd dan ook uiteenlopend gepersifleerd: van charmant tot grof, van belezen tot ordinair, van grappig tot filosofisch. Maar welk algemeen beeld kreeg het tv-kijkend publiek van hem door de persiflages in de satirische televisieprogramma’s Kopspijkers en Café de Wereld? Door Michelle Groeneweg

Acteren om te overleven

Net als romans zijn films voor Arnon Grunberg een manier om in de wereld door te dringen. Het fictieve aspect van film projecteert Grunberg op het ‘echte’ leven. In feite speelt ieder mens een rol en men is niet in staat zich van deze rol los te maken. Zonder fantasie is het leven ondraaglijk; onecht zijn is een voorwaarde om te overleven. Door L.R. Fonteijne

De vrouw als spiegel van de mannelijke identiteit

De mannelijke hoofdpersonages uit de romans Blauwe maandagen (1994) en Tirza (2006) van Arnon Grunberg worden met zichzelf geconfronteerd. Het beeld dat ze van zichzelf hadden, bleek niet juist te zijn. Hun ware identiteit is niet al te fraai. Wat is de oorzaak van deze confrontatie? En met welk beeld worden ze geconfronteerd? Door Lotte Platenkamp

Mislukt embedded journalism

Als kamermeisje werken, als soldaat naar Afghanistan, in een Vinex-wijk wonen: Arnon Grunberg doet als embedded journalist van alles om het echte leven te leren kennen. Hij liet zich opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis om ook deze wereld te ervaren. Maar in twee weken kon hij niet vinden wat normaliteit inhoudt en zag hij geen lijden. Door Kitty Laaij

Grunberg de positieve nihilist

Arnon Grunbergs bundel Voetnoot, een eerste verzameling begint met 31 vragen aan Arnon Grunberg. Een van die vragen is: “Wie citeert u bij voorkeur in uw Voetnoot?”, waarop Grunberg antwoordt “socioloog Joop Goudsblom”, schrijver van het bekende proefschrift Nihilisme en Cultuur (1960). Waarom kiest Grunberg juist deze socioloog? Impliceert dit dat Grunbergs voetnoten dan ook zijn geschreven vanuit een nihilistisch standpunt? Door Jennifer Aardema

De boerderij der dieren

‘De roeping van de mens is om beest te zijn’, aldus Arnon Grunberg in Grunberg Rond de Wereld. Wat hij hiermee precies bedoelt, expliciteert hij nergens, maar wat hij even verderop wel zegt, is dat deze beestachtigheid moet blijken uit voorbeelden. Grunberg geeft de lezer hiermee de opdracht in zijn werken op zoek te gaan naar ‘het beest in de mens’, maar wat levert een dergelijke zoektocht op en wat leren wij hiervan over ons innerlijke beest? Door Floor Elderman

Grunberg en het menselijk lichaam

Maak kennis met protagonist Arnon uit Blauwe maandagen (1994). Arnon drukt zijn puisten uit aan de eettafel, plast in de plantenbak en spaart gebruikte condooms. Lichamelijke beslommeringen van een prototype puberjongen, schreven de recensenten vertederd. Juist, maar wel één met een drank- en hoerenverslaving. De lichamelijke smerigheid in Grunbergs debuut mag dan wel grappig zijn, onschuldig is zij beslist niet. Door Anna-Sandrijn van Brouwershaven

Arnon Grunberg op Youtube

Arnon Grunberg is één van de meest productieve auteurs van ons land. Niet alleen qua boekenoutput, maar ook zijn aanwezigheid op het web is begin 2014 ongeëvenaard. Naast zijn boeken verschijnen columns in De Volkskrant, de VPRO-Gids, Vrij Nederland en meer. Verder twittert hij, schrijft hij blogs en gebruikt hij verschillende websites als podium. Ook YouTube wordt ingezet ter maximalisering van de zichtbaarheid van de schrijver op het web en in de sociale media. In welke mate is Grunberg aanwezig op dit videomedium? Door Luuk olde Boerrigter

Een topografie van Grunbergs werk

Arnon Grunberg/Marek van der Jagt in beeld gebracht. De locaties waar Grunberg zijn reisverslagen in ‘Grunberg rond de wereld’ laat plaatsvinden zijn al in kaart gebracht en bij de uitgave van dat boek gevoegd. Naar aanleiding van die kaart ontstond de vraag hoe de rest van zijn oeuvre er uit zou zien als het vastgepind werd op een landkaart. Door Anne-Marit van Dam

Achteruitgang is vrijheid

In de column ‘Leef je nog’, gebundeld in Grunberg rond de wereld (2004), bekritiseert Grunberg de hysterie die ontstaat bij ernstige gebeurtenissen, in dit geval de aanslagen van 9/11. Grunberg concludeert dat niet alleen de slachtoffers van 9/11 collateral damage (bijkomende schade) zijn, maar dat ieder mens dat is: ‘Als we ons er nou bij neerleggen dat we dat zijn, dat dat de diepste betekenis is van het woord ‘mens’, kunnen we iets minder hysterisch door het leven, en hoeven we ons straks niet zo bekocht te voelen’ (Grunberg, 2004, 221). Hoofdpersonage Jörgen Hofmeester in Grunbergs Tirza (2006) is het blinkende voorbeeld van de anti-hysterie. En zijn vrijheid wordt uiteindelijk niet gevonden in aanzien of geld, maar in een 9-jarig Afrikaans meisje. Door Alexandra Mol

Grunberg de geïnterviewde

Arnon Grunberg schuwt kranten noch tijdschriften voor het geven van interviews. Tevens is hij te zien op televisie en te horen op de radio. Maar wat is nou het beeld dat op grond van deze interviews van de bekende schrijver ontstaat? Zoveel interviews, zoveel beelden? Of is het beeld dat Grunberg van zichzelf neerzet in de media consistent? Door Leonie Wolterink

Grunberg als zoon

‘Ik zou nooit zelfmoord plegen zolang mijn moeder nog leeft. Zolang zij leeft is het leven een verplichting’, verzucht Arnon Grunberg geëmotioneerd wanneer hij in 2006 voor een IKON-documentaire met Paul Rosenmöller Auschwitz bezoekt. Grunbergs bejaarde moeder, Hannelore Klein, neemt een prominente plaats in in het leven van de schrijver. Hoewel ze door bekenden wordt omschreven als bikkelhard, zegt Grunberg dat zijn moeder in zijn leven op de eerste plaats komt – gevolgd door schrijven en, op de derde plek, zijn vriendin. Ook in zijn romans spelen (vaak dominante) moederfiguren een prominente rol. Door Aafke Romeijn

Grunberg en het absurde

Het mag opvallend genoemd worden dat Grunberg zowel in Blauwe maandagen als in De dagen van Leopold Mangelman een eerste deel schrijft waarin de slapstick er voor zorgt dat de ellende enigszins verteerbaar wordt en een tweede deel waarin het absurdisme duidelijk aanwezig is, maar de ellende niet meer wordt gerelativeerd door slapstickelementen. Het is alsof de auteur zijn publiek bewust eerst meeneemt in zijn enigszins tragische verhaal met de zoetheid van de slapstick en vervolgens laat zien hoe diezelfde wereld er uitziet als de slapstickelementen eruit verdwenen zijn. Waar in het eerste deel nog een poging gedaan wordt contact te leggen met een medemens, blijkt dat in het tweede deel onmogelijk. Door Bas van der Waarde

Grunberg geeft romans zijn ‘echte’ moeder

Een getraumatiseerde, schreeuwende moeder die haar zoon een onmens vindt. Een joodse moeder met een zoon die zich verzet tegen de joodse identiteit. Een moeder met een kampverleden; een moeder met een zoon die afstand neemt van haar lijden in de oorlog. Een moeder die niet door haar zoon in de steek wordt gelaten. Dit beeld van ‘de moeder’ geeft de auteur Arnon Grunberg in zijn debuutroman Blauwe maandagen (1994) en dit beeld van ‘de moeder’ geeft hij zestien jaar later nog steeds in de in 2010 verschenen roman Huid en Haar. Een beeld geschapen naar zijn echte moeder. Door Cristel Teusink

Grunberg en de Bijbel

‘Het einde der tijden. De liefde is mislukt.’ Het slot van een tragische liefdesgeschiedenis. Het slot van een boek van één van onze grootste Nederlandse schrijvers: Arnon Grunberg. Het is niet Grunbergs eigen verhaal maar een bloemlezing van een eeuwenoud boek: de Bijbel. ‘Wat u nu in handen hebt, is wat ik heb opgevist uit het Oude en Nieuwe Testament inclusief de deuterocanonieke boeken. Dit is mijn vangst. Deze selectie is mijn canon.’ De schrijver heeft zijn vangst – samen met het nodige commentaar – verzameld in zijn Grunbergbijbel. Door Mariska van Riessen

Grunberg en slechte recensies

Onlangs schreef Joost de Vries in de Groene Amsterdammer een kritische recensie over Rik Launspachs roman Man meisje dood. Launspach voelde zich aangevallen en schreef een reactie die grotendeels op emoties gebaseerd leek. Resultaat: niet de recensent wordt in verlegenheid gebracht, maar de schrijver zelf staat voor gek. Door Mirjam Renting

De ongrijpbare Grunberg

Aan Arnon Grunberg is nauwelijks te ontsnappen. Wie dit wel probeert, zal zich hoogstwaarschijnlijk moeten laten inschepen voor een onbewoond eiland zonder internetverbinding. De media zijn van hem vergeven. Sla een krant open en je stuit op een van zijn vele columns, zet de tv aan en hij presenteert een cultureel verantwoord programma of leest zijn versie van het jaarlijks Groot Dictee voor, pak een tijdschrift en er staat een interview met hem in, kortom: hij is overal. En hoeveel rollen hij ook inneemt, over één ding zijn de meesten het wel eens: Arnon Grunberg is een vreemd figuur. Is hij echt zo vreemd of speelt hij een bizar spel?

Grunberg de (ex-)geliefde

Grunberg ziet het als zijn taak om in zijn literatuur de idealen te ontmaskeren waarmee mensen zichzelf bedriegen. Wat wij verstaan onder ‘normaal’ op bijvoorbeeld het gebied van liefde, seks en relaties is volgens hem slechts illusie. In de brievenbundel Omdat ik u begeer laat hij aan de hand van zijn eigen liefdesleven zien hoe onzinnig ons ideaalbeeld is. Hiervoor maakt hij gebruik van stellige en uitdagende oneliners, waarbij hij pijnlijke waarheden over zichzelf niet uit de weg gaat. Door Ida Luttikhuizen

Grunberg en de Grote Drie

Nu de Grote Drie – Willem Frederik Hermans, Gerard Reve en Harry Mulisch – zijn overleden, wordt er binnen de journalistiek druk gezocht naar de Nieuwe Drie. Kennelijk bestaat er een drang naar het benoemen van zulke literaire reuzen en nu er geen Grote Drie meer zijn, moet er een Nieuwe Drie komen. De meest voorkomende namen voor de Nieuwe Drie zijn Thomas Rosenboom, A.F.Th. van der Heijden, Joost Zwagerman en Arnon Grunberg. Maar dit roept een aantal vragen op. Want wat is eigenlijk een groot schrijver? En moeten het er echt weer drie zijn? Door Ben Huizinga

Grunberg en de Holocaust

In Nederland heeft geen historische gebeurtenis een heiligere status dan de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Arnon Grunberg – zoon van een vader die gedwongen moest onderduiken en een moeder die Auschwitz overleefde – breekt in Blauwe Maandagen radicaal met deze sacrale status in een poging te ontsnappen aan de verstikkende invloed van het historische trauma op zijn eigen leven. Door Tom Gerritsen

Grunberg en de Jood

‘Een goede Jood is een dode Jood.’ Op deze gedachte baseert het christendom zich volgens Grunberg, is te lezen in een Yasha-column uit 2007. Verraad ligt, volgens de auteur, nog altijd op de loer voor joden in de westerse christelijke samenleving. Toch vervult de jood in Grunbergs werk niet alleen de rol van zondebok maar is hij ook verrader. Wat wil de auteur hiermee bereiken? Door Eline Dragt

Grunberg de polemist

Arnon Grunberg mag zijn relaties met anderen graag wat op spanning zetten. Dit doet hij doorgaans door openbaar het woord te richten tot iedereen die volgens Grunberg wel wat adviezen kan gebruiken. Wat moet de geadresseerde echter met de provocaties? En hoe moet de van de zijlijn meekijkende lezer de plagerijen eigenlijk plaatsen? Door Pieter Bosch

Grunberg de theaterauteur

Arnon Grunberg: ‘Oorlog onthult een fundamentele waarheid over ons.’ Voor de theaterpersonages van Arnon Grunberg betekent oorlog jezelf vinden doordat je oog in oog met de ander komt te staan. In het heetst van de strijd voelen ze dat bestaan. Na terugkeer uit de oorlog ontbreekt dat gevoel en kunnen ze niet meer verder leven. Door Afra Boot