Achteruitgang is vrijheid

De mens is niet meer dan collateral damage

 

In de column ‘Leef je nog’, gebundeld in Grunberg rond de wereld (2004), bekritiseert Grunberg de hysterie die ontstaat bij ernstige gebeurtenissen, in dit geval de aanslagen van 9/11. Grunberg concludeert dat niet alleen de slachtoffers van 9/11 collateral damage (bijkomende schade) zijn, maar dat ieder mens dat is: ‘Als we ons er nou bij neerleggen dat we dat zijn, dat dat de diepste betekenis is van het woord ‘mens’, kunnen we iets minder hysterisch door het leven, en hoeven we ons straks niet zo bekocht te voelen’ (Grunberg, 2004, 221). Hoofdpersonage Jörgen Hofmeester in Grunbergs Tirza (2006) is het blinkende voorbeeld van de anti-hysterie.  En zijn vrijheid wordt uiteindelijk niet gevonden in aanzien of geld, maar in een 9-jarig Afrikaans meisje.

In bovengenoemde column neemt Grunberg, de dag na 9/11, een gewaagd en onconventioneel standpunt in. De mens moet zichzelf niet belangrijker laten voelen dan hij is, want dan komt hij uiteindelijk van een koude kermis thuis. Een aanslag als 9/11, waar zomaar een paar duizend mensenlevens mee verloren gaan, illustreert dit. Mensen moeten het niet hogerop zoeken, maar ‘lagerop’, daar zit volgens Grunberg de verlossing voor de westerse samenleving, en niet andersom. Grunberg draait als het ware het westerse denken 180 graden om. Vooruitgang is immers een van de pilaren waar onze westerse beschaving op rust.

Jörgen Hofmeester,  de antiheld in Tirza, leert de lezer in eerste instantie kennen als een controlfreak bij wie rationeel denken en sociale status voorop staan. Vrijheid is geld. Toch maken de aanslagen van 9/11 ook bij Hofmeester een einde aan deze illusie. Hij raakt al zijn geld, geïnvesteerd in een hedge fund, door de ingestorte post-9/11 economie kwijt. Wanneer zijn dochter en ‘zonnekoningin’ Tirza ook nog naar Afrika vertrekt om te reizen begint Hofmeester langzaam maar zeker de controle over zijn leven te verliezen. Steeds vaker komt het ‘beest’ naar boven dat hij zolang onderdrukt heeft.

Wanneer hij naar Afrika afreist om de vermiste Tirza te gaan zoeken, ontmoet hij het 9-jarige meisje Kaisa. Met haar bouwt hij een ongewone maar diepgevoelde relatie op. Bij Kaisa lukt het Hofmeester zich te verzoenen met zijn ‘dierlijke’ kant. Hij kan de drukkende controle die hij zelf op zijn leven uitoefent en de angst voor wat anderen van hem zullen denken laten varen. Hij voelt zich steeds meer één met Kaisa, de personificatie van het dierlijke in hem. Niet in geld en sociaal aanzien, maar in de eenvoud van een relatie die hem in contact brengt met zijn dierlijke zelf, vindt hij de vrijheid.

– Alexandra Mol

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.