De boerderij der dieren

Wat leert Grunberg ons over ons innerlijk beest?

‘De roeping van de mens is om beest te zijn’, aldus Arnon Grunberg in Grunberg Rond de Wereld. Wat hij hiermee precies bedoelt, expliciteert hij nergens, maar wat hij even verderop wel zegt, is dat deze beestachtigheid moet blijken uit voorbeelden. Grunberg geeft de lezer hiermee de opdracht in zijn werken op zoek te gaan naar ‘het beest in de mens’, maar wat levert een dergelijke zoektocht op en wat leren wij hiervan over ons innerlijke beest?

Een close-reading van een aantal van Grunbergs werken brengt ons een heel eind op weg. Zo zien we dat in Omdat Ik U Begeer, Grunberg Rond de Wereld en De Dagen van Leopold Mangelman in totaal 36 verschillende dieren voorkomen en 43 verschillende ‘aan dieren verwante termen’, zoals bijvoorbeeld ‘huisdier’. Dierlijke trefwoorden komen zelfs in maar liefst 74% van de geselecteerde brieven uit Omdat Ik U Begeer en in 77% van de bekeken teksten uit Grunberg Rond de Wereld  voor.

Dieren lijken dus een belangrijke rol te spelen in de teksten van Grunberg, al worden niet alle diersoorten gelijk vertegenwoordigd. De meest voorkomende dieren in de drie werken zijn: ‘hond’, ‘paard’, ‘kip’, ‘vogel’, en ‘vis’; gewone en wellicht ietwat suffe huis-, boerderij- en consumptiedieren. Gerelateerde termen als ‘huisdier’ en ‘vlees’ komen ook veel voor. Weinig verrassend is dan ook dat uit de telling blijkt dat er maar weinig ruimte is voor wilde of exotische dieren zoals bijvoorbeeld ‘olifant’ (één treffer) of ‘leeuw’ (één treffer).

To zover de statistiek, maar wat betekent dit nu eigenlijk? Een mogelijk verklaring voor het gebruik van voornamelijk ‘niet-wilde’ dieren is dat deze dieren gedomesticeerd zijn en gecontroleerd of getemd worden door de mens, zoals wij ook onszelf ‘getemd’ houden. Deze dieren geven hierdoor, net als de mens, weinig gehoor meer aan hun beestelijkheid. Wij zijn zelf ook ingeslapen dieren en moffelen onze innerlijke beestachtigheid weg onder een dikke laag sentiment. Exotische en wilde dieren zijn niet op deze manier ingedut en geven nog wel gehoor aan hun ‘beestzijn’, waardoor ze dus niet gebruikt kunnen worden als metafoor voor de mens.

Als het onze menselijke ‘roeping is om beest te zijn’, zoals Grunberg het zegt, dan moeten wij dus terug naar een staat waarin ons innerlijke beest wél de ruimte krijgt, maar waarin wij tevens ons menszijn behouden. Een mogelijkheid hiertoe wordt gedemonstreerd door de figuur ‘Aap’ in Grunbergs werk. Zij is tegelijkertijd beest (want vaak naakt en een gulzige, haast barbaarse eter) en mens (intelligent en in staat bewuste keuzes te maken). Om aan onze roeping te voldoen, dienen we dus als het ware een stapje terug te evolueren en onze ‘aapheid’ te omarmen. Ergo: ontwaak uit de winterslaap van het ingedutte menszijn en omarm het beest in jezelf!

– Floor Elderman

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.