De vrouw als spiegel van de mannelijke identiteit

Over de rol van de vrouw in het werk van Grunberg

De mannelijke hoofdpersonages uit de romans Blauwe maandagen (1994) en Tirza (2006) van Arnon Grunberg worden met zichzelf geconfronteerd. Het beeld dat ze van zichzelf hadden, bleek niet juist te zijn. Hun ware identiteit is niet al te fraai. Wat is de oorzaak van deze confrontatie? En met welk beeld worden ze geconfronteerd? 

Er zijn verschillende parallellen aan te wijzen tussen Blauwe Maandagen en Tirza met betrekking tot de personages. Zowel het ik-personage uit Blauwe maandagen als Jörgen Hofmeester uit Tirza is niet gelukkig. Dit heeft te maken met hun eigen identiteit. Wie zijn ze? Wat doen ze? En waarom? Wanneer ze reflecteren op hun leven belanden ze in een identiteitscrisis. De oorzaak hiervan zijn de vrouwelijke personages. Zij dienen als spiegel van de mannelijke identiteit. De prostituees die het ik-personage in Blauwe maandagen bezoekt, zijn volgens hem afstandelijk. Uiteindelijk realiseert het hoofdpersonage zich dat hij zelf afstandelijk is. Hij kan van niemand houden. De enige vrouw in zijn leven die van hem heeft gehouden – Rosie – hield hij zelf op afstand: “Eigenlijk was ik bang dat ze zo dicht bij me was”.

Ook in Tirza hebben de vrouwelijke personages een belangrijke functie ten opzichte van het mannelijke hoofdpersonage. Hofmeester ziet in zijn dochter Tirza zijn gefaalde vaderschap weerspiegeld. In zijn echtgenote ziet hij zijn eigen verval weerspiegeld en in het verlengde daarvan het verlies van (lichamelijke) controle. Wanneer hij bij haar in de buurt is, begint hij te zweten en krijgt hij overal jeuk. Kaisa – het Namibische meisje – functioneert niet zozeer als een spiegel, maar eerder als het klankbord van Hofmeester. Bij haar komt hij tot rust en realiseert hij zich dat zijn identiteit de identiteit van het beest is. Het verlies van controle vormt de kern van het beest. Zo vermoordt hij zijn eigen dochter, omdat hij de controle over zichzelf verliest. Hofmeester heeft zichzelf altijd als een beschaafde man beschouwd, maar de vrouwen in zijn leven confronteren hem met zijn ware identiteit.

De mannelijke hoofdpersonages worden dus aan het eind van de romans met hun ware zelfbeeld geconfronteerd. Het ik-personage uit Blauwe maandagen is afstandelijk en Hofmeester is een beest. Ze projecteerden hun eigen identiteit op de vrouwelijke personages. De functie van de vrouwen in de romans van Grunberg is na twaalf jaar hetzelfde gebleven, zo bewijzen Blauwe maandagen en Tirza. De vrouw dient als spiegel van de mannelijke identiteit. Het beeld dat weerspiegeld wordt, is na twaalf jaar wel veranderd. Grunberg heeft dit beeld namelijk geradicaliseerd: de man is nu niet meer afstandelijk, maar een beest. 

– Lotte Platenkamp

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.