Grunberg de geïnterviewde

Wie is Arnon Grunberg de geïnterviewde?

Arnon Grunberg schuwt kranten noch tijdschriften voor het geven van interviews. Tevens is hij te zien op televisie en te horen op de radio. Maar wat is nou het beeld dat op grond van deze interviews van de bekende schrijver ontstaat? Zoveel interviews, zoveel beelden? Of is het beeld dat Grunberg van zichzelf neerzet in de media consistent?

Pathologische leugenaar

Het moeilijke aan het bestuderen van Grunberg de geïnterviewde is het inschatten van het waarheidsgehalte van de antwoorden. De schrijver zegt van zichzelf dat liegen zijn tweede natuur is en op het gymnasium werd hij een pathologische leugenaar genoemd. Ze vonden hem een asociaal element. Wat voor waarde kunnen we dan nog aan zijn antwoorden hechten? Bovendien heeft Grunberg van zijn vader geleerd om achterdochtig te zijn naar zijn omgeving. Het oorlogsverleden van zijn ouders speelt hierin een rol. De angst verraden te worden, is nog altijd aanwezig. Dat maakt dat de schrijver selectief is in het doorgeven van informatie. Informatie kan immers tegen je gebruikt worden.

Open

Naast het feit dat Grunberg veelvuldig in interviews zegt dat hij liegt, zegt hij in Gesprek op 2 (2011) met Paul Rosenmöller ‘ik vind dat ik best open ben’. Opvallend in dat gesprek is dat de schrijver ook best open is. Hij vertelt dat hij zich in 2012 zal laten opnemen in een psychiatrische instelling, onderdeel van de weg die Grunberg is ingeslagen naar meer participerende journalistiek. Grunberg geeft aan dat hij dan ook gediagnosticeerd wil worden. Op de vraag van Rosenmöller wat hij dan gaat zeggen, vertelt de schrijver over zijn sociale fobie, zijn bindingsangst, de intieme relatie met zijn moeder en het zijn van een workaholic. De schrijver uit in dit interview wat er in hem omgaat. In een interview uit 2011 met Vrij Nederland verklaart hij ‘ik voel te veel’. Grunberg laat zich in deze gesprekken uit over zichzelf. Voor hem is leven je wapenen tegen de dreigingen van het noodlot.

Toeschouwer

Grunberg neemt, door het veelvuldig vertellen van leugens, een bepaalde afstand in zijn interviews in ten opzichte van de werkelijkheid. Er ontstaat meer en meer een beeld van de schrijver als toeschouwer. De schrijver vergelijkt het schrijven van een roman met een afstand ergens naar kijken. Hij verklaart dat ‘gewoon toekijken zonder in te grijpen’ heel aangenaam is. Grunberg is met schrijven net zo monomaan bezig als Oberstein (hoofdpersonage uit Huid en haar) met de wetenschap. In de reportage die Rosenmöller in 2005 voor de IKON maakt, zegt Grunberg: ‘schrijven is een reactie op wat je ziet. Voor mij is het de meest adequate manier om te reageren op de wereld en er deel van uit te maken’. Grunbergs mensbeeld wordt ook steeds meer somber. Het is een weerspiegeling van zijn eigen proces. Wat maakt hem wanhopig? ‘Dat het idee dat ik had toen ik 16 was ‘ik ga het anders doen dan mijn ouders’ niet gelukt is. Dus dat ik ook niet echt leef’ (reportage Rosenmöller, IKON, 2005). Dat zijn ouders niet echt leven, is een gevolg van de oorlog die ze meegemaakt hebben. Grunberg verklaart veelvuldig in interviews dat de oorlog thuis een prominente rol innam.

Van Arnon Grunberg de geïnterviewde ontstaat een beeld van een man die, getekend door het oorlogsverleden van zijn ouders, het schrijven heeft gevonden als middel om te leven.

– Leonie Wolterink

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.