Grunberg de polemist

Een potje polemieken met Grunberg

Arnon Grunberg mag zijn relaties met anderen graag wat op spanning zetten. Dit doet hij doorgaans door openbaar het woord te richten tot iedereen die volgens Grunberg wel wat adviezen kan gebruiken. Wat moet de geadresseerde echter met de provocaties? En hoe moet de van de zijlijn meekijkende lezer de plagerijen eigenlijk plaatsen?

In 1997 ageerde Grunberg fel tegen een licht kritische recensie van Figuranten in het NRC Handelsblad. De criticus, Hans Goedkoop, die mogelijk met de titel boven zijn recensie Grunberg al ongunstig stemde (‘Tweede roman Arnon Grunberg. De wanhoop van een puistige poedel’), meende dat er een te grote afstand bleef bestaan tussen de lezer en de personages. Grunberg eiste in zijn Yasha-column in de VPRO-gids (tevergeefs) dat de Goedkoop direct zou vertrekken bij de krant.

Vanaf 2001 wordt het openlijk opzoeken van de confrontatie zelfs een sport voor de schrijver: wekelijks verschijnt van zijn hand een column in briefvorm in Humo. De brieven, gericht aan (ex-)geliefdes, (voormalige) vrienden, familie en publiekelijke personen, al dan niet nog in leven, zijn messcherp en creëren af en toe de nodige ophef. Grunberg schoffeert, beledigt en kleineert, en elk compliment dat hij met de ene hand geeft, wordt onmiddellijk door de andere hand weer teruggenomen. Humo’s voormalig hoofdredacteur Marc Schaevers brengt in 2007 een bundeling uit van de ontluisterende rubriek, die als Omdat ik u begeerop de wereld komt, maar om begrijpelijke redenen ook wel wordt verbasterd tot Omdat ik u bezeer.

Als collega-schrijver en brief-slachtoffer van Grunberg, A.F.Th. van der Heijden, hem van repliek dient, wordt de kleine schrijver uit New York echt giftig en laait de pennenstrijd snel op. Volgens Van der Heijden had de ‘vuilspuiterij’ al snel niets meer te maken met literaire polemiek.

Van de kwelduivel Grunberg is echter weinig over als hij Van der Heijden kort daarop moet feliciteren met diens AKO Literatuurpijs, waarvoor Grunberg zelf ook was genomineerd. Volgens zijn uitgever, Vic van de Reijt, is het voor Grunberg allemaal maar een spelletje. Het vermaak van dat spelletje leek voor alle deelnemers echter snel verdwenen.

De escalatie van deze correspondentie heeft er wel voor gezorgd dat Arnon Grunbergs plagerijen hun onschuld hebben verloren. De schrijver blijft zelf graag laveren tussen de suggestie van de oprecht gemeende boodschap, ondersteund door de hoge mate van autobiografische elementen in zijn polemische stukken, en de onschendbaarheid van de literaire autonomie, waarachter de schrijver zich te allen tijde kan blijven verschuilen.

Grunberg cultiveert zo de onduidelijkheid rondom zijn schrijverspersoon en problematiseert tegelijkertijd het literaire spel van de polemiek. Hij zet zijn eigen leven met alle plezier in scene en verheft het kwetsen tot literaire kunst. En zolang niemand anders de spelregels kent – daar zorgt hij wel voor – , is hij veilig in de literatuur. Wellicht is het dan ook niet de taak van welke lezer dan ook, om die literatuur weer te reduceren tot het leven.

– Pieter Bosch

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.