Grunberg en de Bijbel

De liefde is mislukt

‘Het einde der tijden. De liefde is mislukt.’ Het slot van een tragische liefdesgeschiedenis. Het slot van een boek van één van onze grootste Nederlandse schrijvers: Arnon Grunberg. Het is niet Grunbergs eigen verhaal maar een bloemlezing van een eeuwenoud boek: de Bijbel. ‘Wat u nu in handen hebt, is wat ik heb opgevist uit het Oude en Nieuwe Testament inclusief de deuterocanonieke boeken. Dit is mijn vangst. Deze selectie is mijn canon.’ De schrijver heeft zijn vangst – samen met het nodige commentaar – verzameld in zijn Grunbergbijbel.

De mislukte liefde is de rode draad in deze Grunbergbijbel en het heeft alles te maken met de liefde tussen God en mensen: ‘Het is beter als ze uit elkaar gaan. Het wordt niets meer tussen die twee’, aldus Grunberg in zijn inleiding. De constante factor is volgens Grunberg dat God jaloers en diep gekwetst is omdat hij door zijn volk niet erkend wordt als de Enige.

Tragiek in het Oude Testament
Het bewijsmateriaal voor zijn tragische conclusie vindt Grunberg vooral in het Oude Testament. De liefdestragedie wordt ingezet in Exodus 33:1-3. Het volk Israël is in het voorgaande gedeelte te vaak ongehoorzaam geweest en God gaat zijn volk verlaten. De liefdesrelatie wordt steeds tragischer en hiervoor baseert Grunberg zich op gedeeltes uit onder andere Deuteronomium 6:4-9,  Jozua 23:6-7 en 1 Samuël 16:14-23. Gelet op de vele gruwelijke passages die Grunberg uit het Oude Testament opvist, is het niet verwonderlijk dat hij tot een negatieve conclusie komt.

Vers negentien
In het Nieuwe Testament gebeurt iets opvallends. Uit het Bijbelboek 1 Johannes heeft Grunberg alleen een gedeelte uit het vierde hoofdstuk vermeld: 1 Johannes 4:18-19. Grunberg schrijft hierboven: ‘Dit lijkt wel een commentaar op de relatie tussen God en Zijn Volk, een door angst en wantrouwen verziekte relatie.’ Nu blijkt dat in de Grunbergbijbel alleen het achttiende vers is opgenomen en dat het negentiende vers ontbreekt. Slaat Grunbergs commentaar nu op het achttiende vers of heeft hij het negentiende vers hier in gedachten ook bij betrokken maar is hij vergeten dit vers aan het papier toe te vertrouwen? De kern van het achttiende vers is dat de liefde geen ruimte laat voor angst want anders is de liefde geen werkelijkheid geworden. Wat dit vers betreft lijkt Grunbergs commentaar acceptabel want liefde die angst uitsluit, kan wijzen op een God die voorwaardelijke liefde wil ontvangen. In het negentiende vers staat: ‘Wij hebben lief, omdat God ons het eerst heeft liefgehad.’ Deze woorden geven onvoldoende reden om te spreken over een verziekte relatie omdat de apostel Johannes de liefde hier niet weergeeft als een gedwongen liefde van een jaloerse God maar als goddelijke liefde die beantwoordt wordt door mensen. Gezien Grunbergs opmerking bij dit gedeelte lijkt het dat het negentiende vers niet in zijn bloemlezing thuishoort. Fouten zijn menselijk, zelfs in boeken van grote schrijvers. Deze ‘fout’ in de Grunbergbijbel lijkt een illustratie voor de manier waarop Grunberg de Bijbel leest omdat juist gedeeltes die positief over Gods liefde spreken, ontbreken zoals bijvoorbeeld twee hoofdstukken uit het Oude Testament: Jesaja 55 en Hoséa 11. Een interessante vraag die daarom gesteld kan worden: ‘Houdt Grunbergs sombere conclusie het inclusief of exclusief vers negentien?’

– Mariska van Riessen

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.