Grunberg en de Holocaust

Altijd weer die Shoah

In Nederland heeft geen historische gebeurtenis een heiligere status dan de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Arnon Grunberg – zoon van een vader die gedwongen moest onderduiken en een moeder die Auschwitz overleefde – breekt in Blauwe Maandagen radicaal met deze sacrale status in een poging te ontsnappen aan de verstikkende invloed van het historische trauma op zijn eigen leven.   

Bij hun terugkeer uit de concentratiekampen konden de Nederlandse joden op weinig algemene sympathie rekenen. Pas vanaf het proces tegen Adolf Eichmann in de jaren zestig kreeg de Holocaust een centrale rol binnen het discours rond de Tweede Wereldoorlog. Door deze lange periode van stilzwijgen kon er van traumaverwerking geen sprake zijn in de gezinnen van overlevenden. Kinderen van slachtoffers groeiden gedwongen op onder de allesoverheersende schaduw van het verleden, waardoor het voor deze ‘tweede generatie’ zeer moeilijk werd een eigen identiteit te bewerkstelligen. Het werk van beroemde tweede generatie auteurs als Ischa Meijer en Carl Friedman staat dan ook in het teken van deze zoektocht naar een eigen identiteit buiten het ouderlijk trauma om.

Arnon Grunberg maakte zijn literaire debuut in 1994 met Blauwe Maandagen. Toen hij naar aanleiding van de verschijning van het boek in De Groene Amsterdammer geïnterviewd werd, zei hij: “Ik heb ook absoluut geen behoefte om in groepsverband over de tweede generatie te praten.” Toch wordt in de roman dezelfde problematiek behandeld als in de literatuur van de tweede generatie. Niet alleen zijn ouders, maar ook de maatschappij om hem heen duwen de protagonist – Arnon Grunberg genaamd – steeds opnieuw in de rol van slachtoffer. Als reactie hierop verwerpt Arnon alle verwachtingen die op hem worden geprojecteerd. Het heersende respect voor het lijden van de joden kan bij hem slechts rekenen op hoon. Hij creëert een eigen identiteit door zich vol overgave in de afgrond te storten – zowel met zijn opleiding, zijn liefdesleven als zijn gezondheid.

Of het de auteur Grunberg lukt om zich los te worstelen van de traumatische erfenis van zijn ouders? In 2005 lijkt hij zelf antwoord te geven op deze vraag tijdens een bezoek aan Auschwitz voor het programma Paul Rosenmöller en… Arnon Grunberg: “Op een tamelijk indirecte manier [is wat ik schrijf] altijd wel verbonden met die geschiedenis van mijn ouders.” In zijn werk vernietigt Grunberg de sacrale status van de Holocaust, maar uit de noodzaak van deze confrontatie blijkt de nimmer aflatende invloed van de Shoah op zijn leven.

– Tom Gerritsen

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.