Grunberg en het absurde

Zonder slapstick wordt Grunberg een harde levensles

Het mag opvallend genoemd worden dat Grunberg zowel in Blauwe maandagen als in De dagen van Leopold Mangelman een eerste deel schrijft waarin de slapstick er voor zorgt dat de ellende enigszins verteerbaar wordt en een tweede deel waarin het absurdisme duidelijk aanwezig is, maar de ellende niet meer wordt gerelativeerd door slapstickelementen. Het is alsof de auteur zijn publiek bewust eerst meeneemt in zijn enigszins tragische verhaal met de zoetheid van de slapstick en vervolgens laat zien hoe diezelfde wereld er uitziet als de slapstickelementen eruit verdwenen zijn. Waar in het eerste deel nog een poging gedaan wordt contact te leggen met een medemens, blijkt dat in het tweede deel onmogelijk.

Grunberg zegt over slapstick in De troost van de slapstick(Grunberg 1998): ‘Slapstick erkent dat het doel van onze activiteiten, buiten de verstrooiing, belachelijk is, een farce, -een absurde komedie-’

Dat absurde is de kern van het absurdistische toneel, dat je ziet bij Sartre en Camus . In hun absurdistische toneelstukken is een vijftal kenmerken aan te wijzen:

1       De mens moet gezien worden als een geïsoleerd individu
2       Hij leeft in een vijandige en chaotische samenleving
3       Hij is op weg van het niets naar het niets
4       Werkelijk menselijk contact is onmogelijk
5       Dit onvermogen tot contact zie je in de dialogen.

In de toneeldialoog van Grunberg hieronder staat een voorbeeld van geïsoleerde individuen bij wie het vermogen ontbreekt contact met elkaar te leggen. De rollen praten met elkaar, maar reageren niet op elkaar.

Leopold Mangelmann:   Als we (naar Jeruzalem) gaan, kunnen we onze winterjassen verkopen.
Meneer Mangelmann:   We houden onze winterjassen aan.
Leopold Mangelmann:   We lopen in korte broeken.
Meneer Mangelmann:   Kunnen we nu eindelijk gaan slapen.
Leopold Mangelmann:   We plukken maïs.
Meneer Mangelmann:   Ik pluk geen maïs.
Leopold Mangelman:     We hebben geen tijd.
(De dagen van Leopold Mangelmann p. 12-13)

Al de kenmerken van het absurdistische toneel en van de slapstick verwerkt Grunberg in zijn boek en toneelstuk. Hiermee streeft hij ernaar zijn boek (toneelstuk) ‘voor verstrooiing te laten zorgen en als het erop aankomt ons af te leiden van onze ellende.’ (De troost van de slapstick)

Verstrooiend zijn zijn werken zeker, maar het mensbeeld dat Grunberg schetst, leidt zeker niet af van de ellende. Eerder lijkt het er op dat Grunberg de ellende met een duivels plezier onder onze neus wrijft. In het eerste deel van zijn werk lijken de pogingen tot het leggen van contact  te slagen, maar in het tweede deel van zijn werk blijkt het leggen van contact jammerlijk te mislukken. Het doel van onze activiteiten, contact leggen, blijkt een farce. En dat is een harde les.

– Bas van der Waarde

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.