Grunberg geeft romans zijn ‘echte’ moeder

Moeder schreeuwt zestien jaar later nog steeds

Een getraumatiseerde, schreeuwende moeder die haar zoon een onmens vindt. Een joodse moeder met een zoon die zich verzet tegen de joodse identiteit. Een moeder met een kampverleden; een moeder met een zoon die afstand neemt van haar lijden in de oorlog. Een moeder die niet door haar zoon in de steek wordt gelaten. Dit beeld van ‘de moeder’ geeft de auteur Arnon Grunberg in zijn debuutroman Blauwe maandagen (1994) en dit beeld van ‘de moeder’ geeft hij zestien jaar later nog steeds in de in 2010 verschenen roman Huid en Haar. Een beeld geschapen naar zijn echte moeder.

Een getraumatiseerde, schreeuwende moeder die haar zoon een onmens vindt. Een joodse moeder met een zoon die zich verzet tegen de joodse identiteit. Een moeder met een kampverleden; een moeder met een zoon die afstand neemt van haar lijden in de oorlog. Een moeder die niet door haar zoon in de steek wordt gelaten.

Dit beeld van ‘de moeder’ geeft de auteur Arnon Grunberg in zijn debuutroman Blauwe maandagen (1994) en dit beeld van ‘de moeder’ geeft hij zestien jaar later nog steeds in de in 2010 verschenen roman Huid en Haar. De moeder van Arnon in Blauwe Maandagen is ‘mevrouw Oberstein’ in Huid en Haar. Van ontwikkeling in deze moederrol is nauwelijks sprake. De moeders lijken als twee druppels water op elkaar. Bijzonder om te constateren is dat beide moeders hun zoon een onmens vinden en noemen. Dat beide moeders schreeuwen en schelden en door hun oorlogsverleden, hun kampverleden vreemd gedrag vertonen. Het zijn oorlogsslachtoffers, slachtoffers die (daarom) door hun zoon niet in de steek worden gelaten.

We ontkomen er als lezer niet aan hier autobiografische elementen in te zien. In een interview in Vrij Nederland krijgt Arnon Grunberg de vraag hoe hij zijn moeder eigenlijk ziet: als slachtoffer of als dader? Resoluut antwoordt hij: ‘Mijn moeder is een slachtoffer. Natuurlijk.’ In beide romans zet hij de ‘moeders’ van de hoofdpersonen ook duidelijk neer als slachtoffers. Het zijn personages die zich extreem kunnen uiten. De auteur zelf daarentegen houdt juist van de onderkoelde reacties die bijvoorbeeld hoofdpersoon Roland Oberstein in Huid en Haar kan geven; dit geeft hij aan in een interview met Jeroen Wielaert. Arnon Grunberg heeft een bijzondere relatie met zijn moeder, in een interview in Vlaams dagblad De Standaard geeft hij eind oktober 2010 een uitgebreid interview over haar en over hun relatie.

Het blijft raden naar het waarom, maar het lijkt alsof de schrijver de behoefte had en heeft om zijn romans een moeder te geven die hem in het echte leven zelf gegeven is.

 

Een aantal tekstpassages om de moeders in beide romans ‘te laten zien’ en te kunnen vergelijken:

Blauwe Maandagen
Het kan me niets schelen als je zou verrekken, je kan me niets schelen.’ Ik wist niet meer of dat waar was en waarom ik het zei… ‘Je bent een onmens,’ zei mijn moeder.

We hadden witte porseleinen borden… Die gooide mijn moeder op de grond. Tegen mij riep ze: ‘Jij bent net zo’n  ongedierte als je vader, de hele familievan je vader is ongedierte, en ongedierte eet maar van de grond.’ Daarna gooide ze het eten, een biefstuk met brood, dat ze voor mij bewaard had, zo over het Perzisch tapijt. Toen brak de hel pas echt goed los.

Huid en Haar
Mevrouw Oberstein: Het liefst zou je willen dat ik dood was. Nou, ik ben bijna dood. Overigens was je als kind al net zo. Een onmens.

De laatste keer dat haar kleinzoon bij haar op bezoek was, begon hij op de bank te springen en heeft op die manier haar bank geruïneerd. Toen heeft ze de telefoon gepakt en haar schoondochter gebeld, die toen al niet meer haar schoondochter was, en tegen haar gezegd: ‘Als dat joch nog één keer bij mij over de vloer komt, vermoord ik hem.’

– Cristel Teusink

Recent Related Posts

Reacties zijn gesloten.