De vrouw als spiegel van de mannelijke identiteit

De mannelijke hoofdpersonages uit de romans Blauwe maandagen (1994) en Tirza (2006) van Arnon Grunberg worden met zichzelf geconfronteerd. Het beeld dat ze van zichzelf hadden, bleek niet juist te zijn. Hun ware identiteit is niet al te fraai. Wat is de oorzaak van deze confrontatie? En met welk beeld worden ze geconfronteerd? Door Lotte Platenkamp

Grunberg en het menselijk lichaam

Maak kennis met protagonist Arnon uit Blauwe maandagen (1994). Arnon drukt zijn puisten uit aan de eettafel, plast in de plantenbak en spaart gebruikte condooms. Lichamelijke beslommeringen van een prototype puberjongen, schreven de recensenten vertederd. Juist, maar wel één met een drank- en hoerenverslaving. De lichamelijke smerigheid in Grunbergs debuut mag dan wel grappig zijn, onschuldig is zij beslist niet. Door Anna-Sandrijn van Brouwershaven

Grunberg als zoon

‘Ik zou nooit zelfmoord plegen zolang mijn moeder nog leeft. Zolang zij leeft is het leven een verplichting’, verzucht Arnon Grunberg geëmotioneerd wanneer hij in 2006 voor een IKON-documentaire met Paul Rosenmöller Auschwitz bezoekt. Grunbergs bejaarde moeder, Hannelore Klein, neemt een prominente plaats in in het leven van de schrijver. Hoewel ze door bekenden wordt omschreven als bikkelhard, zegt Grunberg dat zijn moeder in zijn leven op de eerste plaats komt – gevolgd door schrijven en, op de derde plek, zijn vriendin. Ook in zijn romans spelen (vaak dominante) moederfiguren een prominente rol. Door Aafke Romeijn

Grunberg en het absurde

Het mag opvallend genoemd worden dat Grunberg zowel in Blauwe maandagen als in De dagen van Leopold Mangelman een eerste deel schrijft waarin de slapstick er voor zorgt dat de ellende enigszins verteerbaar wordt en een tweede deel waarin het absurdisme duidelijk aanwezig is, maar de ellende niet meer wordt gerelativeerd door slapstickelementen. Het is alsof de auteur zijn publiek bewust eerst meeneemt in zijn enigszins tragische verhaal met de zoetheid van de slapstick en vervolgens laat zien hoe diezelfde wereld er uitziet als de slapstickelementen eruit verdwenen zijn. Waar in het eerste deel nog een poging gedaan wordt contact te leggen met een medemens, blijkt dat in het tweede deel onmogelijk. Door Bas van der Waarde

Grunberg geeft romans zijn ‘echte’ moeder

Een getraumatiseerde, schreeuwende moeder die haar zoon een onmens vindt. Een joodse moeder met een zoon die zich verzet tegen de joodse identiteit. Een moeder met een kampverleden; een moeder met een zoon die afstand neemt van haar lijden in de oorlog. Een moeder die niet door haar zoon in de steek wordt gelaten. Dit beeld van ‘de moeder’ geeft de auteur Arnon Grunberg in zijn debuutroman Blauwe maandagen (1994) en dit beeld van ‘de moeder’ geeft hij zestien jaar later nog steeds in de in 2010 verschenen roman Huid en Haar. Een beeld geschapen naar zijn echte moeder. Door Cristel Teusink

De ongrijpbare Grunberg

Aan Arnon Grunberg is nauwelijks te ontsnappen. Wie dit wel probeert, zal zich hoogstwaarschijnlijk moeten laten inschepen voor een onbewoond eiland zonder internetverbinding. De media zijn van hem vergeven. Sla een krant open en je stuit op een van zijn vele columns, zet de tv aan en hij presenteert een cultureel verantwoord programma of leest zijn versie van het jaarlijks Groot Dictee voor, pak een tijdschrift en er staat een interview met hem in, kortom: hij is overal. En hoeveel rollen hij ook inneemt, over één ding zijn de meesten het wel eens: Arnon Grunberg is een vreemd figuur. Is hij echt zo vreemd of speelt hij een bizar spel?

Grunberg en de Holocaust

In Nederland heeft geen historische gebeurtenis een heiligere status dan de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Arnon Grunberg – zoon van een vader die gedwongen moest onderduiken en een moeder die Auschwitz overleefde – breekt in Blauwe Maandagen radicaal met deze sacrale status in een poging te ontsnappen aan de verstikkende invloed van het historische trauma op zijn eigen leven. Door Tom Gerritsen