Grunberg als zoon

‘Ik zou nooit zelfmoord plegen zolang mijn moeder nog leeft. Zolang zij leeft is het leven een verplichting’, verzucht Arnon Grunberg geëmotioneerd wanneer hij in 2006 voor een IKON-documentaire met Paul Rosenmöller Auschwitz bezoekt. Grunbergs bejaarde moeder, Hannelore Klein, neemt een prominente plaats in in het leven van de schrijver. Hoewel ze door bekenden wordt omschreven als bikkelhard, zegt Grunberg dat zijn moeder in zijn leven op de eerste plaats komt – gevolgd door schrijven en, op de derde plek, zijn vriendin. Ook in zijn romans spelen (vaak dominante) moederfiguren een prominente rol. Door Aafke Romeijn

Grunberg geeft romans zijn ‘echte’ moeder

Een getraumatiseerde, schreeuwende moeder die haar zoon een onmens vindt. Een joodse moeder met een zoon die zich verzet tegen de joodse identiteit. Een moeder met een kampverleden; een moeder met een zoon die afstand neemt van haar lijden in de oorlog. Een moeder die niet door haar zoon in de steek wordt gelaten. Dit beeld van ‘de moeder’ geeft de auteur Arnon Grunberg in zijn debuutroman Blauwe maandagen (1994) en dit beeld van ‘de moeder’ geeft hij zestien jaar later nog steeds in de in 2010 verschenen roman Huid en Haar. Een beeld geschapen naar zijn echte moeder. Door Cristel Teusink