De vrouw als spiegel van de mannelijke identiteit

De mannelijke hoofdpersonages uit de romans Blauwe maandagen (1994) en Tirza (2006) van Arnon Grunberg worden met zichzelf geconfronteerd. Het beeld dat ze van zichzelf hadden, bleek niet juist te zijn. Hun ware identiteit is niet al te fraai. Wat is de oorzaak van deze confrontatie? En met welk beeld worden ze geconfronteerd? Door Lotte Platenkamp

Achteruitgang is vrijheid

In de column ‘Leef je nog’, gebundeld in Grunberg rond de wereld (2004), bekritiseert Grunberg de hysterie die ontstaat bij ernstige gebeurtenissen, in dit geval de aanslagen van 9/11. Grunberg concludeert dat niet alleen de slachtoffers van 9/11 collateral damage (bijkomende schade) zijn, maar dat ieder mens dat is: ‘Als we ons er nou bij neerleggen dat we dat zijn, dat dat de diepste betekenis is van het woord ‘mens’, kunnen we iets minder hysterisch door het leven, en hoeven we ons straks niet zo bekocht te voelen’ (Grunberg, 2004, 221). Hoofdpersonage Jörgen Hofmeester in Grunbergs Tirza (2006) is het blinkende voorbeeld van de anti-hysterie. En zijn vrijheid wordt uiteindelijk niet gevonden in aanzien of geld, maar in een 9-jarig Afrikaans meisje. Door Alexandra Mol