Grunberg geeft romans zijn ‘echte’ moeder

Een getraumatiseerde, schreeuwende moeder die haar zoon een onmens vindt. Een joodse moeder met een zoon die zich verzet tegen de joodse identiteit. Een moeder met een kampverleden; een moeder met een zoon die afstand neemt van haar lijden in de oorlog. Een moeder die niet door haar zoon in de steek wordt gelaten. Dit beeld van ‘de moeder’ geeft de auteur Arnon Grunberg in zijn debuutroman Blauwe maandagen (1994) en dit beeld van ‘de moeder’ geeft hij zestien jaar later nog steeds in de in 2010 verschenen roman Huid en Haar. Een beeld geschapen naar zijn echte moeder. Door Cristel Teusink

Grunberg en de Holocaust

In Nederland heeft geen historische gebeurtenis een heiligere status dan de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Arnon Grunberg – zoon van een vader die gedwongen moest onderduiken en een moeder die Auschwitz overleefde – breekt in Blauwe Maandagen radicaal met deze sacrale status in een poging te ontsnappen aan de verstikkende invloed van het historische trauma op zijn eigen leven. Door Tom Gerritsen

Grunberg en de Jood

‘Een goede Jood is een dode Jood.’ Op deze gedachte baseert het christendom zich volgens Grunberg, is te lezen in een Yasha-column uit 2007. Verraad ligt, volgens de auteur, nog altijd op de loer voor joden in de westerse christelijke samenleving. Toch vervult de jood in Grunbergs werk niet alleen de rol van zondebok maar is hij ook verrader. Wat wil de auteur hiermee bereiken? Door Eline Dragt